|
Hoe behoorlijk ik ook naar het fotografische beeld heb geschilderd,
nooit vind ik het zo goed als de foto zelf. Waarom dan niet de foto zelf
-onovertrefbaar als tweedimensionele weergave van de werkelijkheid- als
eindresultaat nemen. Omdat hij niet in iedere vezel met mijn visie door
mezelf is gepersonaliseerd. Omdat hij de emotie of de energie van het ik
onvoldoende draagt. Omdat hij de emotie van de verwondering onvoldoende
vertegenwoordigt. Omdat ik dit beeld geheel en al onder mijn naam wens
te zetten. De naïeve, passionele daad van het nabootsen sust mijn frustratie
ten opzichte van de weergaloze présence van de werkelijkheid. De
grote verdienste van deze nabootsing of van het schilderij is de verwijzing
naar de verwondering omtrent het zien van een beeld in zijn volheid en
leegte van bestaan. Een schilder mag je nooit in zijn persoonlijke stijl
navolgen; alleen zijn appel tot de verwondering of de schok van de grote
werkelijkheid -als verschijning en verdwijning uit en in het niets- is
belangrijk. Alle realistische onderwerpen zijn goed. Daarom zou je het toeval in
de keuze moeten laten meespelen, maar je kiest zelf te graag om dit te
doen. Je kiest zowel bewust als onbewust als onderbewust. Iedere keuze
heeft honger naar een andere. Jouw geheel van keuzes illustreert op het
eind van jouw carrière uiteindelijk jouw persoonlijk universum. Vaak interesseren me reclamefoto's omwille van hun clichématigheid.
Wanneer je daar naar schildert valt te meer je schilderwijze op doordat het
schilderen een tegenovergestelde mentaliteit (namelijk de anti-anecdotische)
vertoont met het karakter van de reclamefoto (die per se anecdotisch wil
zijn). De reclamefoto trekt door zijn herkenning onmiddelijker aandacht en
meteen ook het schilderij dat ermee verbonden wordt. Wat me ideaal lijkt, is dat ik in staat zou zijn om binnen
de twee weken alle foto's van bijvoorbeeld de Humo en de Paris Match na
te schilderen. Dat ik de productiecapaciteit zou hebben van een machine. Wat ik wil schilderen is het visuele leven. Het leven dat spectaculair
kan zijn, opwindend, erotisch, romantisch of melancholisch. Maar niet alleen
dat. Altijd vergezeld van het negatief of de afwezigheid daarvan. Het grote
leven is rock-'n-roll die ook de achterkant ervan kent. Het leven is fantastisch omdat het daar is en je het kan opdrijven tot
een feest, tot iets waanzinnigs tegenover de spiegel van de totale negatie
ervan of het niets. Je wil met je schilderijen getuigen van een opwindend
leven, een schoonheid die verder reikt dan het esthetische, namelijk de
overrompeling van het daar zijn. Het thema van de erotiserende vrouw sluit het meest aan bij mijn fundamentele
begeerte. Zij is een obsessie, een droom, een verlangen, een angst, een must.
Zij is minder vorm dan de man. Zij is een veld van fantasierijk vlees. Zij
is datgene dat opent, naar binnen leidt. Zij is de deur naar een vormlozer,
stromend leven, krachtig, mysterieus en ondoordringbaar. Zij is een beeld
dat buiten de herinnering aan het tijdelijke naar onsterfelijkheid en schoonheid
wijst. Ik besta bij gratie van het uitvoeren van mijn artistieke droom. Iemand zei me : het is het geloof in jouw werk dat je die werkdiscipline
geeft. Ik antwoordde : het is ook die werkdiscipline die me dit geloof
geeft. De verwondering is de hoogste ervaring van werkelijkheid. Bij iedere creatie voel je de leugen van de materialisatie. Onze filosofie mede met onze schilderkunst was ooit spiegel van onze
tijdsgeest. Maar die tijd is dood. Echter blijft ons werk dat we toen maakten
en nu nog maken op basis van die filosofie levend omdat filosofie en schilderkunst
verder grijpen dan alleen maar in het heden. Een oude foto heeft het voordeel van meer in de tijd vergleden te zijn.
Daardoor is hij afstandelijker en tijdlozer geworden. Echter schuilt er
een gevaar in zijn nostalgisch aspect. Ik wil zo mechanisch mogelijk schilderen. Waarom je schilderij dan niet
door een machine laten maken, zoals bijvoorbeeld een printer? Het
feit dat het door een mens is geschilderd maakt juist het verschil. Het
schilderij wordt bij iedere toets opgeladen met menselijke energie die
de complexiteit van het proces laat voelen. Het proces dat realistische
exactheid van weergave nastreeft, zakelijkheid en mechanische of technische
perfectie, maakt het energieveld van het resultaat veel groter en dieper.
De wil tot het nastreven van, de veroveringsdrang, het gevecht met de onvolkomenheid
van de menselijke natuur, maakt het werk zoveel interessanter dan een mechanisch
perfect en exact uitgevoerd werk van een machine. Het eerste is vibrerend
van leven, het tweede is formeel technisch saai al houdt het ook nog een
zeker spoor van menselijk streven in zich omdat de machine door mensen
is gemaakt. Het gaat over het verschil van een levend concept dat de sporen
van het wordingsproces draagt tegenover een onberispelijke eindfase zo
goed als leeg van menselijke activiteit. Alle menselijke lijden is het gevolg van onze sterfelijkheid. Mijn fascinatie voor het visuele werkelijkheidsbeeld heeft te maken met
de gewaarwording van de verschijning die met verdwijning veroordeeld is.
Het beeld gelijkt een zeepbel die een fascinerende kleurenpracht tentoon
spreidt net voor ze ontploft. Terwijl je schildert droom je van een interessant begripvol publiek, wat
echter meestal uitblijft. Meestal staan de takken, de bladeren en de grassen
dichter bij jou. Een waarachtig kunstenaar leeft bij gratie van zijn creativiteit. Het leven
daarbuiten is oplading en ontlading. Een groot kunstwerk is de theorie vóór, een zwak kunstwerk
loopt de theorie na. Ik ben een conterfeiter en geen verbeelder of verteller, doch mijn fascinatie
voor het daar en zo zijn van het werkelijke beeld is een zien vanuit de verbeelding
en het vertellende. Niet het “wat” maar het “hoe” is belangrijk
bij het schilderen. Je kan moeilijk het verlammende gevoel van de zinloosheid helemaal kwijtraken
bij het schilderen dat je moet helpen tot het zinvolle. De kwetsbaarheid wordt kwaad wanneer we ze proberen te overwinnen. Specialisatie is het resultaat van een langdurig continu beoefenen van zijn
vak. Een handicap kan men compenseren met een vechterswoede die je sterker maakt
dan een normaal functionerend persoon. Ik hou van foto’s die het niet kunnen helpen dat ze sterk zijn,
doordat ze ongekunsteld boven het anekdotische een veld van mysterie oproepen. Het geloof in “het optimisme van de wil” dat het opneemt tegen “het
pessimisme van het verstand” zorgt ervoor dat ik vaak met de moed der
wanhoop als aan een strafwerk doorschilder. De wil is in de meest kritieke momenten zowat het enige dat overeind blijft. Ik neutraliseer bij het schilderen het realistisch beeld omdat in het neutrale
schilderij een veld vrijkomt dat het anekdotische opheft om een groter universum
te openen. Het ergste dat men kan verliezen is het vertrouwen in zichzelf en de andere. We beseffen zo weinig dat de andere een soortgenoot is, m.a.w. dat wij hem
zijn en hij ons is. Er is die neiging om de onmacht bij de ervaring van de werkelijkheid te
lijf te gaan met een schijnmacht die men kunst heet en die voor sommigen
een merkwaardige troost biedt aan het zielenleven. De dingen op zich zijn niet schoon. We zien ze schoon omdat dit noodzakelijk
is voor onze overleving. Ik hertaal de werkelijkheid vanuit het binaire opdat het schilderij
ontdaan zou worden van de schimmel der menselijke geschiedenis en op een
nog onaangetaste staat van “zijn”gaat gelijken. In onze kwetsbaarste plek huist de hel. Ik hou van diegene die vecht tot het einde ook al is zijn gevecht bij voorbaat
verloren. Het is de waanzin die ons evenveel bedreigt als bevrijdt. Het is de obsessie om zich de visueel onvatbaar overweldigende werkelijkheid
eigen te maken met een middel van vatbare orde. De wil om een soort DNA van
de visuele werkelijkheid op te slaan. Een emotie vertaalt zich altijd in fysieke verhoudingen. De contradictie in het oeuvre van een kunstenaar illustreert zijn aanvaarding
van de gezonde wil der natuur. De zichtbaarheid der dingen (vooral het landschap) onder de weldaad van
het zomers zonlicht, hetwelke er een kleurverheviging aan verleent, werkt
zeer inspirerend op me. De dingen krijgen als het ware een droomvolle, mysterieuze
inkijk. Hypes en trends hebben me eerder geïrriteerd dan geïnspireerd.
Veel van wat men eigentijds noemt is vaak alleen maar mode of media florerend
op de grondvesten van de allesoverheersende commercie. Discipline brengt me verder dan mijn natuurlijke aard. juni 2009 Het is zo moeilijk door te dringen tot de oorsprong van jouw visie. Wanneer je een beeld bestookt met leegte drijf je de sensatie van de aanwezigheid
op. Het rationele is bij mij de drager voor al wat niet rationeel is. Ik werk het meest comfortabel in een kalm, geregeld, sober leven temidden
de weelde van de zomertijd. Af en toe een uitstapje buiten de maat hoort
er echter bij. Ik ben een enthousiaste realist bij de gratie van ‘het zien’ dat
de werkelijkheid als ‘een geheel van begripsbeladen identiteiten’ opheft
om ze waar te nemen als één entiteit van ‘louter zijn’.
Deze objectiverende, neutraliserende, afstandelijk te noemen manier van schilderen
opent een bredere kijk op de werkelijkheid. De werkelijkheid wordt een lichtgevende
sensatie van kleur en vorm waarin de identiteiten nog te herkennen vallen,
doch ontdaan zijn van hun al te menselijk verhaal. Het zijn eerder raadselachtige
verschijningen geworden die evenzeer verdwijning oproepen, die het
midden willen houden tussen worden en verworden. Het midden als spanning
die verwijst naar de verwondering of de schok bij het zien van de werkelijkheid.
De werkelijkheid als het ‘daar en zo zijn’, de werkelijkheid
vóór en na het verhaal, alledaags, zakelijk en mysterieus. Het schilderij van een poserende naakte vrouw heeft iets weg van het pronken
van de jager met zijn buit. Eigenaardig hoe een rechtopstaande pose van een mens altijd een sterkere
présence heeft dan een andere. Misschien heeft dit nog altijd iets
te maken met het vierpotig zoogdier dat zich triomfantelijk op zijn twee
achterpoten heeft opgericht en de mens werd dewelke de loodrechte uitvond
om er zuilen, torens en wolkenkrabbers mee te maken. Mijn persoon is zwak en ziekelijk. Daartegen ervaar ik het beeld van
de werkelijkheid als sterk en gezond. Vandaar mijn verafgoding ervoor die
er via het kopiërend schilderen gestalte aan geeft. Bij het schilderen
hanteer ik een methode die ik buiten mezelf heb gezocht; namelijk in de onpersoonlijke
wereld van de rationele beginselen. De ladder waarmee ik uit de hel ben gekropen komt me goed van pas om verder
te klimmen. Niets is sterker dan de werkelijkheid. Daarom schilder ik deze. Ik heb een hekel aan de negatieve, superieure, analyserende mentaliteit
van exegeten die zo graag de tover en magie rond een kunstwerk willen verbreken. Het is het zien van de werkelijkheid dat me betovert. Het hermaakte beeld
van de werkelijkheid door de fotografie betovert me opnieuw, mede door
het feit dat het is vastgelegd op een leesbaar vlak. Op mijn manier wil
ik dit betoverend beeld via de schilderkunst vastleggen. De enige verklaring
voor deze passionele daad is de verwondering voor het zien van het zijn
der dingen. Het continue disciplinaire ritueel van het schilderen beoefenen smeedt
een band met de werkelijkheid in een poging de droom van het zien levend
te houden. Het zien van de werkelijkheid als één entiteit die haar
anekdotische identiteiten overstijgt openbaart het geniale en het mysterieuze.
Er staat me niets anders meer te doen dan “dit zien” na te
bootsen. De geestdrift voor het zien creëert de discipline van
het schilderen om dit zien gerealiseerd te krijgen, wetende dat de menselijke
natuur allergisch is voor een continue werkzaamheid. De bevrijding leidt naar het einde. Als men veroudert, beter de mensen en zichzelf begrijpt, verzachten het
ik en relativeert men miskenning en succes. Een goede atmosfeer hangt niet alleen af van de omgeving, maar op zijn
minst van jezelf. Ik zie in de werkelijkheid van de menselijke aanwezigheid iets dat me
diep aangrijpt en dat ik noch in beeld noch in woord of muziek zie uit
te drukken. Iets dat overrompelend waar en boeiend is. Een volgehouden
zakelijke ingesteldheid ten opzichte van de dingen is bij mij de meest efficiënte
weg naar de mysterieuze of mystieke openbaring van het zijn der dingen. Bij het zoeken naar de hemel kom ik altijd het dichtst bij de hel. Wanneer de zon het zenit nadert is het alsof de groeidynamiek in ons
en de natuur stilvalt. Alsof we in een toestand van tijdloosheid komen.
Onze geest zweeft dromerig boven de aarde. De goden dalen neer. De demonen
staan op. Er heerst onrust in een immense vrede. De mysteries kloppen aan
bij de dagen. september 2010 Leven is lijden met momenten van verblijden. Alleen via de lijdensweg lijkt het licht bereikbaar. De meeste kunstenaars van vandaag doen zo hard hun best om eigentijds te zijn en zijn zo weinig bekommerd om de ziel van het werk, bekommerd dat ze zijn om het marktsucces dat draait rond trends en hypes, media, economie en macht. Er is zoveel zielloos werk, vervreemd van de echte mens. Schilderen brengt me als het ware in een staat van genade. Een bestaansgerechtigheid door het schilderen verkregen. Een genade mezelf geschonken en misschien ook door als schilder te leven. Je moet je haast neerleggen bij het feit dat je de enige bent die je werk goed vindt. Je bent een eiland dat hoopt op een aanvarende bewonderaar. Het is met zware stenen en met veel zweet en pijnlijke arbeid dat je die zingende droom weet gestalte te geven. En wanneer zijn gestalte zingt, weet dan dat er pijnen in schuilen als bittere kruiden in een heerlijk lekkere soep. Je schildert dromend van een voorbij of toekomstig schildersmoment. Terwijl we lijdend schilderen, dromen we van dromend schilderen. Wat je inwendig niet hebt gerealiseerd zal je uitwendig niet uitstralen. Het schilderij kent buiten zijn beeld een tweede inwendige werkelijkheid, zijn timbre zou je het kunnen noemen; dit is het aura van de kunstenaar, zijn wezen, zijn zielsuitstraling. De mate waarin een schilder zichzelf schilderend overwint bepaalt de kracht van het schilderij. Het leven is zoals het is, niet zoals je het wilde en wil. Ik ben een existentialist die zich voedt aan alles wat existentieel en niet-existentieel is. Zich aansluiten bij de aard van zijn streek of volk heeft niets met provincialisme te maken. Provincialisme zoals het gebruikt wordt in de negatieve betekenis van het woord is alleen een kwestie van gebrek aan kwaliteit. Wat kwalitatief is, hoe streek of volksverbonden ook, is nooit ‘provincialistisch’. Watvoor een gevecht speelt zich bij woelige zee in de motorenkamer van de boot af om hem uitwendig stabiel te houden. |
|
oktober 2010 Would-be internationalisten zijn vaak de nieuwsoortige provincialisten. Het individu past zich aan bij de visie die het heeft ontwikkeld. Gedrevenheid en metier kunnen veel natuurlijke zwakheid overstijgen. Terwijl we pijnlijk schilderen dromen we van een mythisch romantisch schildersleven. Het ononderbroken verder schilderen lijkt de enige weg om deze illusie te veroveren. Disciplinair gedragen geestelijke waarden in werk en handelingen verzachten de menselijke invaliditeit. Het gaat niet alleen om het schilderij maar ook om het schilderen zelf. Eigenaardig hoeveel vijanden op bezoek komen terwijl ik schilder. Je mag nooit de illusie verliezen dat er een publiek op je wacht. En wanneer die illusie na lang leven en veel werken en weinig succes toch aangetast wordt, helpt jou relativering van tijd en omstandigheden en ga je met grote verbetenheid verder omdat het vuur en de passie zichzelf opeisen en geloofwaardig maken plus de overtuiging dat zolang je leeft en werkt de wonderen de wereld niet uit zijn. Hoe moeilijker het schilderen wordt hoe meer belagers zich rond je verzamelen. Hoe beter het gaat hoe verder je vijanden zich verwijderen. Het is altijd weer herbeginnen al wil je toch zo graag in een toestand raken zonder begin of einde. Wanneer een schilderij af is sta je daar opeens weer als weerloze niet-schilder. Een per se internationalisme brengt in kunstmiddens en media een kweekschool teweeg van zielloze formalistische (vaak talentloze) kunst. Het wordt een eiland van inteelt dat van langs hoe meer zielige gedrochten voortbrengt. Het leven gaat door en voor een groot deel via ongewenste zaken die niet bij jouw geplande en gedroomde leefwereld behoren. Ik wil een vrouw ontkleden om haar op een universele wijze in een schilderij te vereeuwigen. Ik wil vrouwen veroveren alvast met het penseel. Het is schilderen bij gratie van een met erotiek versterkte werkelijkheid. Het schilderen beschermt me. Het geschilderde daarentegen manifesteert zich als de kwetsbaarheid zelve in de persoon van de schilder. Ik bevries in weelde. Schilderen is dwangarbeid omdat je speelt op jouw fijnste snaren, wat ook de kwetsbaarste betekent. De weinige momenten van euforie maken wel iets goed.
Succes is vandaag meer afhankelijk van marketing dan van kwaliteit. De intrinsieke kwaliteitsnorm is bij de meeste mensen de laatste norm. De eerste is deze der opgedrongen mythe. Het is pijnlijk dat men door de officiële kunstwereld niet serieus genomen wordt. Doch het inzicht in die wereld relativeert deze miskenning. Het is een soort vuur dat je doet schilderen. Het zien van iets dat met de ziel gemoeid is en dat zich situeert in een mens- en wereldbeeld. Het is een overlevingsdrift die je doet schilderen. Het is een zich manifesteren. Een manifest van waardig bestaan. In de kunstwereld is er meer tatering dan zegging. Met schilderen poog ik mijn menselijke gebreken te overstijgen en hopelijk er wat van te genezen. Het onbegrip of het uitblijvend succes zorgt ervoor dat je van rebellerend naar contemplatief schilder evolueert. Hoe ouder ik word hoe meer mijn illusies omtrent succes, mens en samenleving afbrokkelen. Echter destemeer bijt ik me vast in mijn schildersdroom om mezelf te bewijzen dat ik een succes ben. Zonder bezieling is er alleen leegte en zinloosheid. Met verouderen wordt het begrip waarheid vervangen door schoonheid. Het bij momenten pijnlijke inzicht in wat ik maar kan en gekund heb maakt dat ik nederiger en rustiger word. Daarentegen de momenten dat ik mijn kunnen en gekund hebben op waarde schat maken me enthousiast en onrustig om te realiseren, gezien en gewaardeerd te worden. Lelijkheid of onvolmaaktheid hebben veel te maken met de verhouding tot een beeld van absoluut neurotisch geordende ratio. Schoonheid heeft veeleer te maken met de verhouding tot een beeld met niet-rationele maar emotionele drive. De leefwereld waarin je werk geboren wordt is helaas weg wanneer het werk volwassen geworden is. Verweesd vraagt het om liefde in een anders geworden wereld. Provincialistisch is men slechts wanneer de universele impuls ontbreekt.
november 2010 Vertrouwen in mensen en werkelijkheid is onontbeerlijk om waardig en gelukkig te functioneren. Ik zou wellicht gelukkiger leven zonder de ambitie voor het schilderen en zonder de hunker naar succes. Misschien ben ik alleen maar een merkwaardigheid die niet in het officiële imago van de kunstwereld past. Iets als de kunst van krankzinnigen die niet opgenomen wordt door conservators, galeristen en collectioneurs. Het zien van de dingen en de mensen (de visuele werkelijkheid), ervan dromend ze te schilderen, behoort tot mijn hoogste en diepste belevenis. Dit zien en beleven raakt mijn ziel zoveel meer dan het schilderen zelf, wat een afmattend ijdel nahollen is van een illusie. Het rebelsvrolijke imago van menig mediafiguur komt me meestal menselijk-vals over. Alle werkelijkheid die ik visueel ontmoet zet mijn creatief enthousiasme in gang. Ik wil door het schilderen die ervaring tot de mijne maken, die werkelijkheid op mijn naam zetten. Dit wijst naar ijdelheid, bezitsdrang en machtswellust. Het betekent evenwel voor jezelf en de aanschouwer van jouw creaties een intensifiëring van de werkelijkheidsbeleving. Men beleeft het fenomeen van de creativiteit die de werkelijkheid opent maar onvermijdelijk ook verminkt. Wanneer je hard bent voor je werk loop je met een sentimenteel wijsje in je hoofd. De meeste officiëlen van de kunstmarkt zijn mensen met een middelmatige intelligentie die zich bij keuzes niet kunnen en niet durven beroepen op hun authentiek kwaliteitsgevoel maar in de plaats daarvan steunen op referenties waarop ze hun keuzes baseren; referenties voortgesproten uit een maatschappij die geleid wordt door economie en de daarmee gepaard gaande vormen van macht en mode. Niet gezien worden, niet gewaardeerd worden, integendeel genegeerd en vernederd worden is ofwel te wijten aan het feit dat je niet goed bent of zeer goed bent. Het onthechten, het loslaten van de behoefte aan succes is niet te combineren met het verder schilderen. Welk gedreven zanger zingt er nu voor lege zalen of in woestijnen?! Eén zielsgenoot is beter dan honderd oppervlakkige collectioneurs. De vraag is evenwel of de gestreelde ijdelheid door het bijval niet troostender is dan het zielscontact met één persoon. De combinatie van de twee zou natuurlijk het beste zijn. Conservators, kunstcritici, galeristen, collectioneurs, curators verwarren veelal kennis van zaken met kennis van verhaaltjes; informatief en theoretisch van aard. Daarentegen is echte kennis een kwaliteitsnorm die gevestigd is in de ziel en zich ontwikkeld heeft bij herhaaldelijk intrinsiek contact met de materie van de kunst. Een kunstwerk wordt vaak gekozen zoals bij sommige een lief wordt gekozen; iets om mee te paraderen, om er in bepaalde hype milieus bij te horen. Ik schilder graag een vrouw omdat zij het wezen van mijn verlangen of erotische fantasie is. Bij voorkeur naakt omwille van het erotische, het existentiële, het zuivere, het tijdloze, het oernatuurlijke aspect. Ook wel vanuit het provocerende, een reactie op de kastijding, de onvrijheid sinds eeuwen in onze genen geplant door het katholicisme. Het taboe dat naaktheid en seks nog altijd kent in burgerlijke milieus op het ogenblik dat het deel uitmaakt van hun publieke leven maakt duidelijk dat we leven in een hypocriete maatschappij. Mijn keuzes van het vrouwelijk model om naakt te schilderen is verbonden met de erotische uitstraling die deze vrouw voor mij heeft. Dit kan gebeuren zowel bij jonge als bij oudere vrouwen. Een mooie vrouw, naakt of gekleed, is voor mij als een bloeiende roos. Het leven als iets onweerstaanbaar moois, nobel, open en gesloten, juichend, mysterieus, sterk en breekbaar, tijdloos en vergankelijk, onaards en oerzwaar, gevleugeld en in de klei geplant. Mijn helden in de kunst zijn de rebellen die het inzicht en de kracht bezaten of bezitten om grenzen te verleggen, om te bevrijden en te vernieuwen. Bij velen behoudt hun werk na de revolutie nog slechts een symbolisch karakter. Bij de minderheid was de rebellie vervlochten met een intrinsieke kwaliteitswaarde. Zij blijven interessant na de revolutie en worden soms geniaal genoemd. Wanneer je je ganse leven vernederd bent geweest door zij waarvan je waardering verwachtte, resten er jou maar drie mogelijkheden: filosofie, drugs of zelfmoord. Het dal leidt naar de berg. Men moet het tot helemaal beneden gaan vooraleer men weer kan klimmen. Het klimmen is genezen, is lente. Het boven komen is genezen zijn, is zomer. Het afdalen is ziek worden, is herfst. Het beneden komen is ziek zijn, is winter. Maar in ieder van de vier seizoenen zitten de andere drie vervat. Alles is alles met verschil van accent. Ook de winter kent zijn lente. Of het diepe dal waar de demonen wonen is ook interessant al was het maar omdat hun donkerte ons de berg opjaagt. En op de top van de berg wonen de goden in het volle zonlicht. Ook dat kunnen we niet lang verdragen en ze doen ons weer de berg afdalen op zoek naar schaduw. Het ‘zijn’ kent geen hiërarchie, alleen een ander accent. Het ‘zijn’ kenmerkt zich fundamenteel in het verschil met het niet-zijn. Vernedering vraagt om vergelding. Geduld is een schone gave maar kan opgeraken. Wanneer het rijpe koren op de akker staat en de maaiers komen maar niet af, is de boer zwaar ontmoedigd en toornig. De belangrijkheid van iemand heeft veelal meer te maken met het belangrijk vertoon van zichzelf en zijn entourage dan met de belangrijkheid van zijn daden. Kunstenaars hebben een groot ego met lange tenen. Ik ben een lange-afstandsloper en geen sprinter. Wanneer mijn blik op een stuk werkelijkheid valt overkomt me geregeld de verwondering voor het zien van dat beeld. Het is op dat moment geen anekdotische werkelijkheid meer; als een geheel van begrippen en betekenissen in de positieve en negatieve zin. Nee het is alsof deze anekdotiek des mensen er nog nooit aangekleefd heeft of er weeral is van afgevallen. Het beeld is vrij. Het is een fantastische immens geladen verschijning. Het maakt me euforisch, droevig en blij. Het is zingend als bloesems op een oude boom. Ik bemerk door de jaren heen dat deze ervaring onafhankelijk is van het gemoed, humeur of de conditie. Zelfs in de meest depressieve momenten overvalt het me. Kunstenaars zijn ijdele kinderen Gods. Wat een verlossing zou het zijn geen ambitie meer te hebben. Er zit een demon in mijn hoofd als een onuitroeibare teerplek. Veel hedendaagse kunstenaars meten zich met de hedendaagse kunstmarkt en niet met de eigenheid van hun tijd en hun ziel. Ja een mens heeft vijanden. Men is vaak meer gehaat dan geliefd. Al wat leeft heeft dat droevige en tegelijkertijd dat levendige over zich; droevig omdat het sterfelijk is en levendig omdat het creatief of overlevend reageert. Er is een terrein dat intelligenter is dan dit van het rationeel weten, daar ben ik alvast overtuigd van. Tot daar doordringen of terugkeren is mijn grootste opdracht.
|