ateliernotities bij het schilderen


januari 2009

Wat werkelijkheid zo present maakt is haar bestaan dat zich alleen maar bezighoudt met te willen blijven bestaan. Met voortbestaan in tegenstelling tot ophouden met bestaan. Vandaar dat de werkelijkheid een karakter van eeuwigheid en onsterfelijkheid in zich draagt.

Je maakt en zoekt foto's. De fotografie legt de zichtbare werkelijkheid objectief vast. Uit de foto's kies ik het beeld dat het meest bestaanskracht uitstraalt. Dit is het beeld met het sterkste mysterie-gehalte; daar waar de associaties complexer of minder eenduidig overkomen.

Erotiek in het werk werkt vaak als een venster met uitkijk op de oorsprong omdat het verband houdt met het overleven of met de bron van ons bestaan. Erotiek wekt naast puurheid en mysterie een verheviging van emotie op omdat hier in het westen althans het effect rond zijn openbaar verbod nog altijd leeft. Erotiek in het schilderij geeft me als schilder het gevoel dichter bij de Graal te komen. Er opent zich een venster naar een geheimzinniger werkelijkheid al wil ik geensinds aan surrealisme doen.

Meestal laat ik mijn modellen bewegingsloos, frontaal, staande naakt poseren om dat eeuwigheidsgevoel op te roepen dat een absolutere en sterkere vorm van bestaan aan het beeld verleent.

In mijn schilderijen komt naast de dingen, het landschap, de planten en de dieren, de mens het meest voor. Omdat zijn beeld de gevoeligste spiegel ter verbeelding is. De mens is het beeld dat in de schilderkunst het meest gebruikt is geweest en dat daardoor een sterk icoon van het isme (realisme) in zich draagt. Door de mens opnieuw (realistisch) te schilderen verduidelijk ik beter mijn gelijkgestemdheid of anders zijn ten opzichte van andere schilders of periodes in de figuratieve schilderkunst.

Ik wil ook laten weten dat de minst spectaculaire (versta spectaculaire als mysterieuze) werkelijkheid alsook een weergaloos bestaansgehalte bevat en uitstraalt. Maar men grijpt graag naar wat karikatuur om zich te verduidelijken.

Exegeten, psychologen, historici en filosofen borduren doorgaans veel te veel nonsens rond de voorstelling van een schilderij. Zij blijven steken in de laag van het dualistisch denken op basis van rede en gevoel. Ze versmallen zich in het uitlegbare, ze zoeken verhaaltjes en verliezen zich in het sentiment. Maar treden zelden of nooit binnen in de laag van de hoogste gewaarwording waar zich de verwondering voltrekt ; de meest intelligente openbaring van de werkelijkheid. Daar verdwijnt tijd, cultuur, mode, het individuele, sentiment, rang, stand en naam. De kunstenaar wil via de schilderkunst gestalte geven aan die verwondering, die hij als openbaring van werkelijkheid ervaart, wat op zich een naïeve onderneming is. Hij kiest, assembleert of vervormt daarvoor beelden zonder rationeel goed te weten waarom. De mate van zijn continu grijpen naar de niet te grijpen werkelijkheid in haar volste, sterkste en meest ware gedaante maakt zijn kunst boeiend en nooit af.

Het grootste procent van de toeschouwers bekijken realistische schilderkunst op vlak van techniek en verhaal maar zien of ervaren de frequentie niet die het zogezegde naar de werkelijkheid of de foto getrouw gepenseelde beeld tot een existentiële of religieuze ervaring heeft gemaakt. We spreken hier niet over het gewild anecdotisch, louter narratief geladen realisme dat het verhaal en de technische bravour vooropzet. Groot realisme combineert naar mijn gevoel verhaal met niet-verhaal. Het ding is een verhaal dat wordt geschilderd met het oog van voor het verhaal. Ik denk nu aan schilders zoals : Henri de Braeckeleer, Monet, Cézanne, Hopper, Balthus, Lucian Freud, Richter, Chuck Close, Hockney.

Wanneer niemand in de officiële kunstwereld - met name, de musea, de galeries, de curatoren, de kunstcritici en de collectioneurs- zegt dat wat je schildert goed is, moet je luisteren naar de goddelijke stem in jezelf. Het is de stem die je in het verleden het sterkst overtuigde, die je onvermoeibaar (met vallen en opstaan) aan de gang hield. Zij vervangt en overstijgt hen allen die het voor het zeggen hebben.

'Het zien' geeft enthousiasme, geeft energie. En wat is het zien?: het is de eerste gewaarwording van de werkelijkheid, de hoogste. Ze ligt in het terrein van de verwondering. En wat je ziet en probeert weer te geven om te laten zien komt veelal in het land der blinden terecht, maar toch stopt het jou niet om verder te schilderen. Je lijdt er evenwel onder maar daarboven breekt telkens weer een alles overspoelend enthousiasme door om 'dit zien' en het zichtbaar maken ervan. Je bootst de werkelijkheid na. Je schildert na. Je bent een konterfeiter van wat je ziet voorbij het verhalende : het zien van het louter zijn, van dingen die verschijnen als voor het eerst.


februari 2009

Hoe behoorlijk ik ook naar het fotografische beeld heb geschilderd, nooit vind ik het zo goed als de foto zelf. Waarom dan niet de foto zelf -onovertrefbaar als tweedimensionele weergave van de werkelijkheid- als eindresultaat nemen. Omdat hij niet in iedere vezel met mijn visie door mezelf is gepersonaliseerd. Omdat hij de emotie of de energie van het ik onvoldoende draagt. Omdat hij de emotie van de verwondering onvoldoende vertegenwoordigt. Omdat ik dit beeld geheel en al onder mijn naam wens te zetten.

De naïeve, passionele daad van het nabootsen sust mijn frustratie ten opzichte van de weergaloze présence van de werkelijkheid. De grote verdienste van deze nabootsing of van het schilderij is de verwijzing naar de verwondering omtrent het zien van een beeld in zijn volheid en leegte van bestaan. Een schilder mag je nooit in zijn persoonlijke stijl navolgen; alleen zijn appel tot de verwondering of de schok van de grote werkelijkheid -als verschijning en verdwijning uit en in het niets- is belangrijk.

Alle realistische onderwerpen zijn goed. Daarom zou je het toeval in de keuze moeten laten meespelen, maar je kiest zelf te graag om dit te doen. Je kiest zowel bewust als onbewust als onderbewust. Iedere keuze heeft honger naar een andere. Jouw geheel van keuzes illustreert op het eind van jouw carrière uiteindelijk jouw persoonlijk universum.

Vaak interesseren me reclamefoto's omwille van hun clichématigheid. Wanneer je daar naar schildert valt te meer je schilderwijze op doordat het schilderen een tegenovergestelde mentaliteit (namelijk de anti-anecdotische) vertoont met het karakter van de reclamefoto (die per se anecdotisch wil zijn). De reclamefoto trekt door zijn herkenning onmiddelijker aandacht en meteen ook het schilderij dat ermee verbonden wordt.

Wat me ideaal lijkt,  is dat ik in staat zou zijn om binnen de twee weken alle foto's van bijvoorbeeld de Humo en de Paris Match na te schilderen. Dat ik de productiecapaciteit zou hebben van een machine.

Wat ik wil schilderen is het visuele leven. Het leven dat spectaculair kan zijn, opwindend, erotisch, romantisch of melancholisch. Maar niet alleen dat. Altijd vergezeld van het negatief of de afwezigheid daarvan. Het grote leven is rock-'n-roll die ook de achterkant ervan kent.

Het leven is fantastisch omdat het daar is en je het kan opdrijven tot een feest, tot iets waanzinnigs tegenover de spiegel van de totale negatie ervan of het niets. Je wil met je schilderijen getuigen van een opwindend leven, een schoonheid die verder reikt dan het esthetische, namelijk de overrompeling van het daar zijn.

Het thema van de erotiserende vrouw sluit het meest aan bij mijn fundamentele begeerte. Zij is een obsessie, een droom, een verlangen, een angst, een must. Zij is minder vorm dan de man. Zij is een veld van fantasierijk vlees. Zij is datgene dat opent, naar binnen leidt. Zij is de deur naar een vormlozer, stromend leven, krachtig, mysterieus en ondoordringbaar. Zij is een beeld dat buiten de herinnering aan het tijdelijke naar onsterfelijkheid en schoonheid wijst.


maart 2009

Ik probeer te schilderen met het oog van voor er iets naam droeg of prent sloeg.


Grote kunst weert het sentiment om te winnen aan emotie.

Ik besta bij gratie van het uitvoeren van mijn artistieke droom.

Iemand zei me : het is het geloof in jouw werk dat je die werkdiscipline geeft. Ik antwoordde : het is ook die werkdiscipline die me dit geloof geeft.

De verwondering is de hoogste ervaring van werkelijkheid.

Bij iedere creatie voel je de leugen van de materialisatie.

Onze filosofie mede met onze schilderkunst was ooit spiegel van onze tijdsgeest. Maar die tijd is dood. Echter blijft ons werk dat we toen maakten en nu nog maken op basis van die filosofie levend omdat filosofie en schilderkunst verder grijpen dan alleen maar in het heden.

Een oude foto heeft het voordeel van meer in de tijd vergleden te zijn. Daardoor is hij afstandelijker en tijdlozer geworden. Echter schuilt er een gevaar in zijn nostalgisch aspect.

Ik wil zo mechanisch mogelijk schilderen. Waarom je schilderij dan niet door een machine  laten maken, zoals bijvoorbeeld een printer? Het feit dat het door een mens is geschilderd maakt juist het verschil. Het schilderij wordt bij iedere toets opgeladen met menselijke energie die de complexiteit van het proces laat voelen. Het proces dat realistische exactheid van weergave nastreeft, zakelijkheid en mechanische of technische perfectie, maakt het energieveld van het resultaat veel groter en dieper. De wil tot het nastreven van, de veroveringsdrang, het gevecht met de onvolkomenheid van de menselijke natuur, maakt het werk zoveel interessanter dan een mechanisch perfect en exact uitgevoerd werk van een machine. Het eerste is vibrerend van leven, het tweede is formeel technisch saai al houdt het ook nog een zeker spoor van menselijk streven in zich omdat de machine door mensen is gemaakt. Het gaat over het verschil van een levend concept dat de sporen van het wordingsproces draagt tegenover een onberispelijke eindfase zo goed als leeg van menselijke activiteit. 


april 2009

Alle menselijke lijden is het gevolg van onze sterfelijkheid.

Mijn fascinatie voor het visuele werkelijkheidsbeeld heeft te maken met de gewaarwording van de verschijning die met verdwijning veroordeeld is. Het beeld gelijkt een zeepbel die een fascinerende kleurenpracht tentoon spreidt net voor ze ontploft.

Terwijl je schildert droom je van een interessant begripvol publiek, wat echter meestal uitblijft. Meestal staan de takken, de bladeren en de grassen dichter bij jou.

Een waarachtig kunstenaar leeft bij gratie van zijn creativiteit. Het leven daarbuiten is oplading en ontlading.

Een groot kunstwerk is de theorie vóór, een zwak kunstwerk loopt de theorie na.

Ik ben een conterfeiter en geen verbeelder of verteller, doch mijn fascinatie voor het daar en zo zijn van het werkelijke beeld is een zien vanuit de verbeelding en het vertellende.

Niet het “wat” maar het “hoe” is belangrijk bij het schilderen.

Je kan moeilijk het verlammende gevoel van de zinloosheid helemaal kwijtraken bij het schilderen dat je moet helpen tot het zinvolle.

De kwetsbaarheid wordt kwaad wanneer we ze proberen te overwinnen.



mei 2009

Specialisatie is het resultaat van een langdurig continu beoefenen van zijn vak.
De specialist verwerft een zowel bredere, diepere als hogere vertakking in zijn vakkennis.

Een handicap kan men compenseren met een vechterswoede die je sterker maakt dan een normaal functionerend persoon.

Ik hou van foto’s die het niet kunnen helpen dat ze sterk zijn, doordat ze ongekunsteld boven het anekdotische een veld van mysterie oproepen.

Het geloof in “het optimisme van de wil” dat het opneemt tegen “het pessimisme van het verstand” zorgt ervoor dat ik vaak met de moed der wanhoop als aan een strafwerk doorschilder.

De wil is in de meest kritieke momenten zowat het enige dat overeind blijft.

Ik neutraliseer bij het schilderen het realistisch beeld omdat in het neutrale schilderij een veld vrijkomt dat het anekdotische opheft om een groter universum te openen.

Het ergste dat men kan verliezen is het vertrouwen in zichzelf en de andere.

We beseffen zo weinig dat de andere een soortgenoot is, m.a.w. dat wij hem zijn en hij ons is.

Er is die neiging om de onmacht bij de ervaring van de werkelijkheid te lijf te gaan met een schijnmacht die men kunst heet en die voor sommigen een merkwaardige troost biedt aan het zielenleven.

De dingen op zich zijn niet schoon. We zien ze schoon omdat dit noodzakelijk is voor onze overleving.

Ik hertaal de werkelijkheid vanuit het binaire opdat het schilderij ontdaan zou worden van de schimmel der menselijke geschiedenis en op een nog onaangetaste staat van “zijn”gaat gelijken.

In onze kwetsbaarste plek huist de hel.

Ik hou van diegene die vecht tot het einde ook al is zijn gevecht bij voorbaat verloren.

Het is de waanzin die ons evenveel bedreigt als bevrijdt.

Het is de obsessie om zich de visueel onvatbaar overweldigende werkelijkheid eigen te maken met een middel van vatbare orde. De wil om een soort DNA van de visuele werkelijkheid op te slaan.

Een emotie vertaalt zich altijd in fysieke verhoudingen.

De contradictie in het oeuvre van een kunstenaar illustreert zijn aanvaarding van de gezonde wil der natuur.

De zichtbaarheid der dingen (vooral het landschap) onder de weldaad van het zomers zonlicht, hetwelke er een kleurverheviging aan verleent, werkt zeer inspirerend op me. De dingen krijgen als het ware een droomvolle, mysterieuze inkijk.

Hypes en trends hebben me eerder geïrriteerd dan geïnspireerd. Veel van wat men eigentijds noemt is vaak alleen maar mode of media florerend op de grondvesten van de allesoverheersende commercie.

Discipline brengt me verder dan mijn natuurlijke aard.

 

juni 2009

Het is zo moeilijk door te dringen tot de oorsprong van jouw visie.

Wanneer je een beeld bestookt met leegte drijf je de sensatie van de aanwezigheid op.

Het rationele is bij mij de drager voor al wat niet rationeel is.

Ik werk het meest comfortabel in een kalm, geregeld, sober leven temidden de weelde van de zomertijd. Af en toe een uitstapje buiten de maat hoort er echter bij.

Ik ben een enthousiaste realist bij de gratie van ‘het zien’ dat de werkelijkheid als ‘een geheel van begripsbeladen identiteiten’ opheft om ze waar te nemen als één entiteit van ‘louter zijn’. Deze objectiverende, neutraliserende, afstandelijk te noemen manier van schilderen opent een bredere kijk op de werkelijkheid. De werkelijkheid wordt een lichtgevende sensatie van kleur en vorm waarin de identiteiten nog te herkennen vallen, doch ontdaan zijn van hun al te menselijk verhaal. Het zijn eerder raadselachtige verschijningen geworden die evenzeer  verdwijning oproepen, die het midden willen houden tussen worden en verworden. Het midden als spanning die verwijst naar de verwondering of de schok bij het zien van de werkelijkheid. De werkelijkheid als het ‘daar en zo zijn’, de werkelijkheid vóór en na het verhaal, alledaags, zakelijk en mysterieus.

Het schilderij van een poserende naakte vrouw heeft iets weg van het pronken van de jager met zijn buit.

Eigenaardig hoe een rechtopstaande pose van een mens altijd een sterkere présence heeft dan een andere. Misschien heeft dit nog altijd iets te maken met het vierpotig zoogdier dat zich triomfantelijk op zijn twee achterpoten heeft opgericht en de mens werd dewelke de loodrechte uitvond om er zuilen, torens en wolkenkrabbers mee te maken.

Mijn persoon is zwak en ziekelijk. Daartegen ervaar ik het beeld van de werkelijkheid als sterk en gezond. Vandaar mijn verafgoding ervoor die er via het kopiërend schilderen gestalte aan geeft. Bij het schilderen hanteer ik een methode die ik buiten mezelf heb gezocht; namelijk in de onpersoonlijke wereld van de rationele beginselen.

De ladder waarmee ik uit de hel ben gekropen komt me goed van pas om verder te klimmen.


juli 2009

Niets is sterker dan de werkelijkheid. Daarom schilder ik deze.

Ik heb een hekel aan de negatieve, superieure, analyserende mentaliteit van exegeten die zo graag de tover en magie rond een kunstwerk willen verbreken.

Het is het zien van de werkelijkheid dat me betovert. Het hermaakte beeld van de werkelijkheid door de fotografie betovert me opnieuw, mede door het feit dat het is vastgelegd op een leesbaar vlak. Op mijn manier wil ik dit betoverend beeld via de schilderkunst vastleggen. De enige verklaring voor deze passionele daad is de verwondering voor het zien van het zijn der dingen.

Het continue disciplinaire ritueel van het schilderen beoefenen smeedt een band met de werkelijkheid in een poging de droom van het zien levend te houden.

Het zien van de werkelijkheid als één entiteit die haar anekdotische identiteiten overstijgt openbaart het geniale en het mysterieuze. Er staat me niets anders meer te doen dan “dit zien” na te bootsen.

De geestdrift voor het zien creëert de discipline van het schilderen om dit zien gerealiseerd te krijgen, wetende dat de menselijke natuur allergisch is voor een continue werkzaamheid.

De bevrijding leidt naar het einde.

Als men veroudert, beter de mensen en zichzelf begrijpt, verzachten het ik en relativeert men miskenning en succes.

Een goede atmosfeer hangt niet alleen af van de omgeving, maar op zijn minst van jezelf.

Ik zie in de werkelijkheid van de menselijke aanwezigheid iets dat me diep aangrijpt en dat ik noch in beeld noch in woord of muziek zie uit te drukken. Iets dat overrompelend waar en boeiend is.

Een volgehouden zakelijke ingesteldheid ten opzichte van de dingen is bij mij de meest efficiënte weg naar de mysterieuze of mystieke openbaring van het zijn der dingen.

Bij het zoeken naar de hemel kom ik altijd het dichtst bij de hel.

Wanneer de zon het zenit nadert is het alsof de groeidynamiek in ons en de natuur stilvalt. Alsof we in een toestand van tijdloosheid komen. Onze geest zweeft dromerig boven de aarde. De goden dalen neer. De demonen staan op. Er heerst onrust in een immense vrede. De mysteries kloppen aan bij de dagen.