ateliernotities bij het schilderen


januari 2009

Wat werkelijkheid zo present maakt is haar bestaan dat zich alleen maar bezighoudt met te willen blijven bestaan. Met voortbestaan in tegenstelling tot ophouden met bestaan. Vandaar dat de werkelijkheid een karakter van eeuwigheid en onsterfelijkheid in zich draagt.

Je maakt en zoekt foto's. De fotografie legt de zichtbare werkelijkheid objectief vast. Uit de foto's kies ik het beeld dat het meest bestaanskracht uitstraalt. Dit is het beeld met het sterkste mysterie-gehalte; daar waar de associaties complexer of minder eenduidig overkomen.

Erotiek in het werk werkt vaak als een venster met uitkijk op de oorsprong omdat het verband houdt met het overleven of met de bron van ons bestaan. Erotiek wekt naast puurheid en mysterie een verheviging van emotie op omdat hier in het westen althans het effect rond zijn openbaar verbod nog altijd leeft. Erotiek in het schilderij geeft me als schilder het gevoel dichter bij de Graal te komen. Er opent zich een venster naar een geheimzinniger werkelijkheid al wil ik geensinds aan surrealisme doen.

Meestal laat ik mijn modellen bewegingsloos, frontaal, staande naakt poseren om dat eeuwigheidsgevoel op te roepen dat een absolutere en sterkere vorm van bestaan aan het beeld verleent.

In mijn schilderijen komt naast de dingen, het landschap, de planten en de dieren, de mens het meest voor. Omdat zijn beeld de gevoeligste spiegel ter verbeelding is. De mens is het beeld dat in de schilderkunst het meest gebruikt is geweest en dat daardoor een sterk icoon van het isme (realisme) in zich draagt. Door de mens opnieuw (realistisch) te schilderen verduidelijk ik beter mijn gelijkgestemdheid of anders zijn ten opzichte van andere schilders of periodes in de figuratieve schilderkunst.

Ik wil ook laten weten dat de minst spectaculaire (versta spectaculaire als mysterieuze) werkelijkheid alsook een weergaloos bestaansgehalte bevat en uitstraalt. Maar men grijpt graag naar wat karikatuur om zich te verduidelijken.

Exegeten, psychologen, historici en filosofen borduren doorgaans veel te veel nonsens rond de voorstelling van een schilderij. Zij blijven steken in de laag van het dualistisch denken op basis van rede en gevoel. Ze versmallen zich in het uitlegbare, ze zoeken verhaaltjes en verliezen zich in het sentiment. Maar treden zelden of nooit binnen in de laag van de hoogste gewaarwording waar zich de verwondering voltrekt ; de meest intelligente openbaring van de werkelijkheid. Daar verdwijnt tijd, cultuur, mode, het individuele, sentiment, rang, stand en naam. De kunstenaar wil via de schilderkunst gestalte geven aan die verwondering, die hij als openbaring van werkelijkheid ervaart, wat op zich een naïeve onderneming is. Hij kiest, assembleert of vervormt daarvoor beelden zonder rationeel goed te weten waarom. De mate van zijn continu grijpen naar de niet te grijpen werkelijkheid in haar volste, sterkste en meest ware gedaante maakt zijn kunst boeiend en nooit af.

Het grootste procent van de toeschouwers bekijken realistische schilderkunst op vlak van techniek en verhaal maar zien of ervaren de frequentie niet die het zogezegde naar de werkelijkheid of de foto getrouw gepenseelde beeld tot een existentiële of religieuze ervaring heeft gemaakt. We spreken hier niet over het gewild anecdotisch, louter narratief geladen realisme dat het verhaal en de technische bravour vooropzet. Groot realisme combineert naar mijn gevoel verhaal met niet-verhaal. Het ding is een verhaal dat wordt geschilderd met het oog van voor het verhaal. Ik denk nu aan schilders zoals : Henri de Braeckeleer, Monet, Cézanne, Hopper, Balthus, Lucian Freud, Richter, Chuck Close, Hockney.

Wanneer niemand in de officiële kunstwereld - met name, de musea, de galeries, de curatoren, de kunstcritici en de collectioneurs- zegt dat wat je schildert goed is, moet je luisteren naar de goddelijke stem in jezelf. Het is de stem die je in het verleden het sterkst overtuigde, die je onvermoeibaar (met vallen en opstaan) aan de gang hield. Zij vervangt en overstijgt hen allen die het voor het zeggen hebben.

'Het zien' geeft enthousiasme, geeft energie. En wat is het zien?: het is de eerste gewaarwording van de werkelijkheid, de hoogste. Ze ligt in het terrein van de verwondering. En wat je ziet en probeert weer te geven om te laten zien komt veelal in het land der blinden terecht, maar toch stopt het jou niet om verder te schilderen. Je lijdt er evenwel onder maar daarboven breekt telkens weer een alles overspoelend enthousiasme door om 'dit zien' en het zichtbaar maken ervan. Je bootst de werkelijkheid na. Je schildert na. Je bent een konterfeiter van wat je ziet voorbij het verhalende : het zien van het louter zijn, van dingen die verschijnen als voor het eerst.


februari 2009

Hoe behoorlijk ik ook naar het fotografische beeld heb geschilderd, nooit vind ik het zo goed als de foto zelf. Waarom dan niet de foto zelf -onovertrefbaar als tweedimensionele weergave van de werkelijkheid- als eindresultaat nemen. Omdat hij niet in iedere vezel met mijn visie door mezelf is gepersonaliseerd. Omdat hij de emotie of de energie van het ik onvoldoende draagt. Omdat hij de emotie van de verwondering onvoldoende vertegenwoordigt. Omdat ik dit beeld geheel en al onder mijn naam wens te zetten.

De naïeve, passionele daad van het nabootsen sust mijn frustratie ten opzichte van de weergaloze présence van de werkelijkheid. De grote verdienste van deze nabootsing of van het schilderij is de verwijzing naar de verwondering omtrent het zien van een beeld in zijn volheid en leegte van bestaan. Een schilder mag je nooit in zijn persoonlijke stijl navolgen; alleen zijn appel tot de verwondering of de schok van de grote werkelijkheid -als verschijning en verdwijning uit en in het niets- is belangrijk.

Alle realistische onderwerpen zijn goed. Daarom zou je het toeval in de keuze moeten laten meespelen, maar je kiest zelf te graag om dit te doen. Je kiest zowel bewust als onbewust als onderbewust. Iedere keuze heeft honger naar een andere. Jouw geheel van keuzes illustreert op het eind van jouw carrière uiteindelijk jouw persoonlijk universum.

Vaak interesseren me reclamefoto's omwille van hun clichématigheid. Wanneer je daar naar schildert valt te meer je schilderwijze op doordat het schilderen een tegenovergestelde mentaliteit (namelijk de anti-anecdotische) vertoont met het karakter van de reclamefoto (die per se anecdotisch wil zijn). De reclamefoto trekt door zijn herkenning onmiddelijker aandacht en meteen ook het schilderij dat ermee verbonden wordt.

Wat me ideaal lijkt,  is dat ik in staat zou zijn om binnen de twee weken alle foto's van bijvoorbeeld de Humo en de Paris Match na te schilderen. Dat ik de productiecapaciteit zou hebben van een machine.

Wat ik wil schilderen is het visuele leven. Het leven dat spectaculair kan zijn, opwindend, erotisch, romantisch of melancholisch. Maar niet alleen dat. Altijd vergezeld van het negatief of de afwezigheid daarvan. Het grote leven is rock-'n-roll die ook de achterkant ervan kent.

Het leven is fantastisch omdat het daar is en je het kan opdrijven tot een feest, tot iets waanzinnigs tegenover de spiegel van de totale negatie ervan of het niets. Je wil met je schilderijen getuigen van een opwindend leven, een schoonheid die verder reikt dan het esthetische, namelijk de overrompeling van het daar zijn.

Het thema van de erotiserende vrouw sluit het meest aan bij mijn fundamentele begeerte. Zij is een obsessie, een droom, een verlangen, een angst, een must. Zij is minder vorm dan de man. Zij is een veld van fantasierijk vlees. Zij is datgene dat opent, naar binnen leidt. Zij is de deur naar een vormlozer, stromend leven, krachtig, mysterieus en ondoordringbaar. Zij is een beeld dat buiten de herinnering aan het tijdelijke naar onsterfelijkheid en schoonheid wijst.


maart 2009

Ik probeer te schilderen met het oog van voor er iets naam droeg of prent sloeg.


Grote kunst weert het sentiment om te winnen aan emotie.

Ik besta bij gratie van het uitvoeren van mijn artistieke droom.

Iemand zei me : het is het geloof in jouw werk dat je die werkdiscipline geeft. Ik antwoordde : het is ook die werkdiscipline die me dit geloof geeft.

De verwondering is de hoogste ervaring van werkelijkheid.

Bij iedere creatie voel je de leugen van de materialisatie.

Onze filosofie mede met onze schilderkunst was ooit spiegel van onze tijdsgeest. Maar die tijd is dood. Echter blijft ons werk dat we toen maakten en nu nog maken op basis van die filosofie levend omdat filosofie en schilderkunst verder grijpen dan alleen maar in het heden.

Een oude foto heeft het voordeel van meer in de tijd vergleden te zijn. Daardoor is hij afstandelijker en tijdlozer geworden. Echter schuilt er een gevaar in zijn nostalgisch aspect.

Ik wil zo mechanisch mogelijk schilderen. Waarom je schilderij dan niet door een machine  laten maken, zoals bijvoorbeeld een printer? Het feit dat het door een mens is geschilderd maakt juist het verschil. Het schilderij wordt bij iedere toets opgeladen met menselijke energie die de complexiteit van het proces laat voelen. Het proces dat realistische exactheid van weergave nastreeft, zakelijkheid en mechanische of technische perfectie, maakt het energieveld van het resultaat veel groter en dieper. De wil tot het nastreven van, de veroveringsdrang, het gevecht met de onvolkomenheid van de menselijke natuur, maakt het werk zoveel interessanter dan een mechanisch perfect en exact uitgevoerd werk van een machine. Het eerste is vibrerend van leven, het tweede is formeel technisch saai al houdt het ook nog een zeker spoor van menselijk streven in zich omdat de machine door mensen is gemaakt. Het gaat over het verschil van een levend concept dat de sporen van het wordingsproces draagt tegenover een onberispelijke eindfase zo goed als leeg van menselijke activiteit. 


april 2009

Alle menselijke lijden is het gevolg van onze sterfelijkheid.

Mijn fascinatie voor het visuele werkelijkheidsbeeld heeft te maken met de gewaarwording van de verschijning die met verdwijning veroordeeld is. Het beeld gelijkt een zeepbel die een fascinerende kleurenpracht tentoon spreidt net voor ze ontploft.

Terwijl je schildert droom je van een interessant begripvol publiek, wat echter meestal uitblijft. Meestal staan de takken, de bladeren en de grassen dichter bij jou.

Een waarachtig kunstenaar leeft bij gratie van zijn creativiteit. Het leven daarbuiten is oplading en ontlading.

Een groot kunstwerk is de theorie vóór, een zwak kunstwerk loopt de theorie na.

Ik ben een conterfeiter en geen verbeelder of verteller, doch mijn fascinatie voor het daar en zo zijn van het werkelijke beeld is een zien vanuit de verbeelding en het vertellende.

Niet het “wat” maar het “hoe” is belangrijk bij het schilderen.

Je kan moeilijk het verlammende gevoel van de zinloosheid helemaal kwijtraken bij het schilderen dat je moet helpen tot het zinvolle.

De kwetsbaarheid wordt kwaad wanneer we ze proberen te overwinnen.



mei 2009

Specialisatie is het resultaat van een langdurig continu beoefenen van zijn vak.
De specialist verwerft een zowel bredere, diepere als hogere vertakking in zijn vakkennis.

Een handicap kan men compenseren met een vechterswoede die je sterker maakt dan een normaal functionerend persoon.

Ik hou van foto’s die het niet kunnen helpen dat ze sterk zijn, doordat ze ongekunsteld boven het anekdotische een veld van mysterie oproepen.

Het geloof in “het optimisme van de wil” dat het opneemt tegen “het pessimisme van het verstand” zorgt ervoor dat ik vaak met de moed der wanhoop als aan een strafwerk doorschilder.

De wil is in de meest kritieke momenten zowat het enige dat overeind blijft.

Ik neutraliseer bij het schilderen het realistisch beeld omdat in het neutrale schilderij een veld vrijkomt dat het anekdotische opheft om een groter universum te openen.

Het ergste dat men kan verliezen is het vertrouwen in zichzelf en de andere.

We beseffen zo weinig dat de andere een soortgenoot is, m.a.w. dat wij hem zijn en hij ons is.

Er is die neiging om de onmacht bij de ervaring van de werkelijkheid te lijf te gaan met een schijnmacht die men kunst heet en die voor sommigen een merkwaardige troost biedt aan het zielenleven.

De dingen op zich zijn niet schoon. We zien ze schoon omdat dit noodzakelijk is voor onze overleving.

Ik hertaal de werkelijkheid vanuit het binaire opdat het schilderij ontdaan zou worden van de schimmel der menselijke geschiedenis en op een nog onaangetaste staat van “zijn”gaat gelijken.

In onze kwetsbaarste plek huist de hel.

Ik hou van diegene die vecht tot het einde ook al is zijn gevecht bij voorbaat verloren.

Het is de waanzin die ons evenveel bedreigt als bevrijdt.

Het is de obsessie om zich de visueel onvatbaar overweldigende werkelijkheid eigen te maken met een middel van vatbare orde. De wil om een soort DNA van de visuele werkelijkheid op te slaan.

Een emotie vertaalt zich altijd in fysieke verhoudingen.

De contradictie in het oeuvre van een kunstenaar illustreert zijn aanvaarding van de gezonde wil der natuur.

De zichtbaarheid der dingen (vooral het landschap) onder de weldaad van het zomers zonlicht, hetwelke er een kleurverheviging aan verleent, werkt zeer inspirerend op me. De dingen krijgen als het ware een droomvolle, mysterieuze inkijk.

Hypes en trends hebben me eerder geïrriteerd dan geïnspireerd. Veel van wat men eigentijds noemt is vaak alleen maar mode of media florerend op de grondvesten van de allesoverheersende commercie.

Discipline brengt me verder dan mijn natuurlijke aard.

 

juni 2009

Het is zo moeilijk door te dringen tot de oorsprong van jouw visie.

Wanneer je een beeld bestookt met leegte drijf je de sensatie van de aanwezigheid op.

Het rationele is bij mij de drager voor al wat niet rationeel is.

Ik werk het meest comfortabel in een kalm, geregeld, sober leven temidden de weelde van de zomertijd. Af en toe een uitstapje buiten de maat hoort er echter bij.

Ik ben een enthousiaste realist bij de gratie van ‘het zien’ dat de werkelijkheid als ‘een geheel van begripsbeladen identiteiten’ opheft om ze waar te nemen als één entiteit van ‘louter zijn’. Deze objectiverende, neutraliserende, afstandelijk te noemen manier van schilderen opent een bredere kijk op de werkelijkheid. De werkelijkheid wordt een lichtgevende sensatie van kleur en vorm waarin de identiteiten nog te herkennen vallen, doch ontdaan zijn van hun al te menselijk verhaal. Het zijn eerder raadselachtige verschijningen geworden die evenzeer  verdwijning oproepen, die het midden willen houden tussen worden en verworden. Het midden als spanning die verwijst naar de verwondering of de schok bij het zien van de werkelijkheid. De werkelijkheid als het ‘daar en zo zijn’, de werkelijkheid vóór en na het verhaal, alledaags, zakelijk en mysterieus.

Het schilderij van een poserende naakte vrouw heeft iets weg van het pronken van de jager met zijn buit.

Eigenaardig hoe een rechtopstaande pose van een mens altijd een sterkere présence heeft dan een andere. Misschien heeft dit nog altijd iets te maken met het vierpotig zoogdier dat zich triomfantelijk op zijn twee achterpoten heeft opgericht en de mens werd dewelke de loodrechte uitvond om er zuilen, torens en wolkenkrabbers mee te maken.

Mijn persoon is zwak en ziekelijk. Daartegen ervaar ik het beeld van de werkelijkheid als sterk en gezond. Vandaar mijn verafgoding ervoor die er via het kopiërend schilderen gestalte aan geeft. Bij het schilderen hanteer ik een methode die ik buiten mezelf heb gezocht; namelijk in de onpersoonlijke wereld van de rationele beginselen.

De ladder waarmee ik uit de hel ben gekropen komt me goed van pas om verder te klimmen.


juli 2009

Niets is sterker dan de werkelijkheid. Daarom schilder ik deze.

Ik heb een hekel aan de negatieve, superieure, analyserende mentaliteit van exegeten die zo graag de tover en magie rond een kunstwerk willen verbreken.

Het is het zien van de werkelijkheid dat me betovert. Het hermaakte beeld van de werkelijkheid door de fotografie betovert me opnieuw, mede door het feit dat het is vastgelegd op een leesbaar vlak. Op mijn manier wil ik dit betoverend beeld via de schilderkunst vastleggen. De enige verklaring voor deze passionele daad is de verwondering voor het zien van het zijn der dingen.

Het continue disciplinaire ritueel van het schilderen beoefenen smeedt een band met de werkelijkheid in een poging de droom van het zien levend te houden.

Het zien van de werkelijkheid als één entiteit die haar anekdotische identiteiten overstijgt openbaart het geniale en het mysterieuze. Er staat me niets anders meer te doen dan “dit zien” na te bootsen.

De geestdrift voor het zien creëert de discipline van het schilderen om dit zien gerealiseerd te krijgen, wetende dat de menselijke natuur allergisch is voor een continue werkzaamheid.

De bevrijding leidt naar het einde.

Als men veroudert, beter de mensen en zichzelf begrijpt, verzachten het ik en relativeert men miskenning en succes.

Een goede atmosfeer hangt niet alleen af van de omgeving, maar op zijn minst van jezelf.

Ik zie in de werkelijkheid van de menselijke aanwezigheid iets dat me diep aangrijpt en dat ik noch in beeld noch in woord of muziek zie uit te drukken. Iets dat overrompelend waar en boeiend is.

Een volgehouden zakelijke ingesteldheid ten opzichte van de dingen is bij mij de meest efficiënte weg naar de mysterieuze of mystieke openbaring van het zijn der dingen.

Bij het zoeken naar de hemel kom ik altijd het dichtst bij de hel.

Wanneer de zon het zenit nadert is het alsof de groeidynamiek in ons en de natuur stilvalt. Alsof we in een toestand van tijdloosheid komen. Onze geest zweeft dromerig boven de aarde. De goden dalen neer. De demonen staan op. Er heerst onrust in een immense vrede. De mysteries kloppen aan bij de dagen.


september 2010

Leven is lijden met momenten van verblijden.

Alleen via de lijdensweg lijkt het licht bereikbaar.

De meeste kunstenaars van vandaag doen zo hard hun best om eigentijds te zijn en zijn zo weinig bekommerd om de ziel van het werk, bekommerd dat ze zijn om het marktsucces dat draait rond trends en hypes, media, economie en macht. Er is zoveel zielloos werk, vervreemd van de echte mens.

Schilderen brengt me als het ware in een staat van genade. Een bestaansgerechtigheid door het schilderen verkregen. Een genade mezelf geschonken en misschien ook door als schilder te leven.

Je moet je haast neerleggen bij het feit dat je de enige bent die je werk goed vindt. Je bent een eiland dat hoopt op een aanvarende bewonderaar.

Het is met zware stenen en met veel zweet en pijnlijke arbeid dat je die zingende droom weet gestalte te geven. En wanneer zijn gestalte zingt, weet dan dat er pijnen in schuilen als bittere kruiden in een heerlijk lekkere soep.

Je schildert dromend van een voorbij of toekomstig schildersmoment.

Terwijl we lijdend schilderen, dromen we van dromend schilderen.

Wat je inwendig niet hebt gerealiseerd zal je uitwendig niet uitstralen.

Het schilderij kent buiten zijn beeld een tweede inwendige werkelijkheid, zijn timbre zou je het kunnen noemen; dit is het aura van de kunstenaar, zijn wezen, zijn zielsuitstraling.

De mate waarin een schilder zichzelf schilderend overwint bepaalt de kracht van het schilderij.

Het leven is zoals het is, niet zoals je het wilde en wil.

Ik ben een existentialist die zich voedt aan alles wat existentieel en niet-existentieel is.

Zich aansluiten bij de aard van zijn streek of volk heeft niets met provincialisme te maken. Provincialisme zoals het gebruikt wordt in de negatieve betekenis van het woord is alleen een kwestie van gebrek aan kwaliteit. Wat kwalitatief is, hoe streek of volksverbonden ook, is nooit ‘provincialistisch’.

Watvoor een gevecht speelt zich bij woelige zee in de motorenkamer van de boot af om hem uitwendig stabiel te houden.


oktober 2010

Would-be internationalisten zijn vaak de nieuwsoortige provincialisten.

Het individu past zich aan bij de visie die het heeft ontwikkeld.

Gedrevenheid en metier kunnen veel natuurlijke zwakheid overstijgen.

Terwijl we pijnlijk schilderen dromen we van een mythisch romantisch schildersleven. Het ononderbroken verder schilderen lijkt de enige weg om deze illusie te veroveren.

Disciplinair gedragen geestelijke waarden in werk en handelingen verzachten de menselijke invaliditeit.

Het gaat niet alleen om het schilderij maar ook om het schilderen zelf.

Eigenaardig hoeveel vijanden op bezoek komen terwijl ik schilder.

Je mag nooit de illusie verliezen dat er een publiek op je wacht. En wanneer die illusie na lang leven en veel werken en weinig succes toch aangetast wordt, helpt jou relativering van tijd en omstandigheden en ga je met grote verbetenheid verder omdat het vuur en de passie zichzelf opeisen en geloofwaardig maken plus de overtuiging dat zolang je leeft en werkt de wonderen de wereld niet uit zijn.

Hoe moeilijker het schilderen wordt hoe meer belagers zich rond je verzamelen. Hoe beter het gaat hoe verder je vijanden zich verwijderen.

Het is altijd weer herbeginnen al wil je toch zo graag in een toestand raken zonder begin of einde.

Wanneer een schilderij af is sta je daar opeens weer als weerloze niet-schilder.

Een per se internationalisme brengt in kunstmiddens en media een kweekschool teweeg van zielloze formalistische (vaak talentloze) kunst. Het wordt een eiland van inteelt dat van langs hoe meer zielige gedrochten voortbrengt.

Het leven gaat door en voor een groot deel via ongewenste zaken die niet bij jouw geplande en gedroomde leefwereld behoren.

Ik wil een vrouw ontkleden om haar op een universele wijze in een schilderij te vereeuwigen.

Ik wil vrouwen veroveren alvast met het penseel. Het is schilderen bij gratie van een met erotiek versterkte werkelijkheid.

Het schilderen beschermt me. Het geschilderde daarentegen manifesteert zich als de kwetsbaarheid zelve in de persoon van de schilder.

Ik bevries in weelde.

Schilderen is dwangarbeid omdat je speelt op jouw fijnste snaren, wat ook de kwetsbaarste betekent. De weinige momenten van euforie maken wel iets goed.

Succes is vandaag meer afhankelijk van marketing dan van kwaliteit.

De intrinsieke kwaliteitsnorm is bij de meeste mensen de laatste norm. De eerste is deze der opgedrongen mythe.

Het is pijnlijk dat men door de officiële kunstwereld niet serieus genomen wordt. Doch het inzicht in die wereld relativeert deze miskenning.

Het is een soort vuur dat je doet schilderen. Het zien van iets dat met de ziel gemoeid is en dat zich situeert in een mens- en wereldbeeld. Het is een overlevingsdrift die je doet schilderen. Het is een zich manifesteren. Een manifest van waardig bestaan.

In de kunstwereld is er meer tatering dan zegging.

Met schilderen poog ik mijn menselijke gebreken te overstijgen en hopelijk er wat van te genezen.

Het onbegrip of het uitblijvend succes zorgt ervoor dat je van rebellerend naar contemplatief schilder evolueert.

Hoe ouder ik word hoe meer mijn illusies omtrent succes, mens en samenleving afbrokkelen. Echter destemeer bijt ik me vast in mijn schildersdroom om mezelf te bewijzen dat ik een succes ben.

Zonder bezieling is er alleen leegte en zinloosheid.

Met verouderen wordt het begrip waarheid vervangen door schoonheid.

Het bij momenten pijnlijke inzicht in wat ik maar kan en gekund heb maakt dat ik nederiger en rustiger word. Daarentegen de momenten dat ik mijn kunnen en gekund hebben op waarde schat maken me enthousiast en onrustig om te realiseren, gezien en gewaardeerd te worden.

Lelijkheid of onvolmaaktheid hebben veel te maken met de verhouding tot een beeld van absoluut neurotisch geordende ratio. Schoonheid heeft veeleer te maken met de verhouding tot een beeld met niet-rationele maar emotionele drive.

De leefwereld waarin je werk geboren wordt is helaas weg wanneer het werk volwassen geworden is. Verweesd vraagt het om liefde in een anders geworden wereld.

Provincialistisch is men slechts wanneer de universele impuls ontbreekt.

 

november 2010

Vertrouwen in mensen en werkelijkheid is onontbeerlijk om waardig en gelukkig te functioneren.

Ik zou wellicht gelukkiger leven zonder de ambitie voor het schilderen en zonder de hunker naar succes.

Misschien ben ik alleen maar een merkwaardigheid die niet in het officiële imago van de kunstwereld past. Iets als de kunst van krankzinnigen die niet opgenomen wordt door conservators, galeristen en collectioneurs.

Het zien van de dingen en de mensen (de visuele werkelijkheid), ervan dromend ze te schilderen, behoort tot mijn hoogste en diepste belevenis. Dit zien en beleven raakt mijn ziel zoveel meer dan het schilderen zelf, wat een afmattend ijdel nahollen is van een illusie.

Het rebelsvrolijke imago van menig mediafiguur komt me meestal menselijk-vals over.

Alle werkelijkheid die ik visueel ontmoet zet mijn creatief enthousiasme in gang. Ik wil door het schilderen die ervaring tot de mijne maken, die werkelijkheid op mijn naam zetten. Dit wijst naar ijdelheid, bezitsdrang en machtswellust. Het betekent evenwel voor jezelf en de aanschouwer van jouw creaties een intensifiëring van de werkelijkheidsbeleving. Men beleeft het fenomeen van de creativiteit die de werkelijkheid opent maar onvermijdelijk ook verminkt.

Wanneer je hard bent voor je werk loop je met een sentimenteel wijsje in je hoofd.

De meeste officiëlen van de kunstmarkt zijn mensen met een middelmatige intelligentie die zich bij keuzes niet kunnen en niet durven beroepen op hun authentiek kwaliteitsgevoel maar in de plaats daarvan steunen op referenties waarop ze hun keuzes baseren; referenties voortgesproten uit een maatschappij die geleid wordt door economie en de daarmee gepaard gaande vormen van macht en mode.

Niet gezien worden, niet gewaardeerd worden, integendeel genegeerd en vernederd worden is ofwel te wijten aan het feit dat je niet goed bent of zeer goed bent.

Het onthechten, het loslaten van de behoefte aan succes is niet te combineren met het verder schilderen. Welk gedreven zanger zingt er nu voor lege zalen of in woestijnen?!

Eén zielsgenoot is beter dan honderd oppervlakkige collectioneurs. De vraag is evenwel of de gestreelde ijdelheid door het bijval niet troostender is dan het zielscontact met één persoon. De combinatie van de twee zou natuurlijk het beste zijn.

Conservators, kunstcritici, galeristen, collectioneurs, curators verwarren veelal kennis van zaken met kennis van verhaaltjes; informatief en theoretisch van aard. Daarentegen is echte kennis een kwaliteitsnorm die gevestigd is in de ziel en zich ontwikkeld heeft bij herhaaldelijk intrinsiek contact met de materie van de kunst.

Een kunstwerk wordt vaak gekozen zoals bij sommige een lief wordt gekozen; iets om mee te paraderen, om er in bepaalde hype milieus bij te horen.

Ik schilder graag een vrouw omdat zij het wezen van mijn verlangen of erotische fantasie is. Bij voorkeur naakt omwille van het erotische, het existentiële, het zuivere, het tijdloze, het oernatuurlijke aspect. Ook wel vanuit het provocerende, een reactie op de kastijding, de onvrijheid sinds eeuwen in onze genen geplant door het katholicisme.

Het taboe dat naaktheid en seks nog altijd kent in burgerlijke milieus op het ogenblik dat het deel uitmaakt van hun publieke leven maakt duidelijk dat we leven in een hypocriete maatschappij.

Mijn keuzes van het vrouwelijk model om naakt te schilderen is verbonden met de erotische uitstraling die deze vrouw voor mij heeft. Dit kan gebeuren zowel bij jonge als bij oudere vrouwen.

Een mooie vrouw, naakt of gekleed, is voor mij als een bloeiende roos. Het leven als iets onweerstaanbaar moois, nobel, open en gesloten, juichend, mysterieus, sterk en breekbaar, tijdloos en vergankelijk, onaards en oerzwaar, gevleugeld en in de klei geplant.

Mijn helden in de kunst zijn de rebellen die het inzicht en de kracht bezaten of bezitten om grenzen te verleggen, om te bevrijden en te vernieuwen. Bij velen behoudt hun werk na de revolutie nog slechts een symbolisch karakter. Bij de minderheid was de rebellie vervlochten met een intrinsieke kwaliteitswaarde. Zij blijven interessant na de revolutie en worden soms geniaal genoemd.

Wanneer je je ganse leven vernederd bent geweest door zij waarvan je waardering verwachtte, resten er jou maar drie mogelijkheden: filosofie, drugs of zelfmoord.
Filosofie als overwinning, drugs als langzame indirecte zelfmoord en directe zelfmoord als radicaal einde.

Het dal leidt naar de berg. Men moet het tot helemaal beneden gaan vooraleer men weer kan klimmen. Het klimmen is genezen, is lente. Het boven komen is genezen zijn, is zomer. Het afdalen is ziek worden, is herfst. Het beneden komen is ziek zijn, is winter. Maar in ieder van de vier seizoenen zitten de andere drie vervat. Alles is alles met verschil van accent. Ook de winter kent zijn lente. Of het diepe dal waar de demonen wonen is ook interessant al was het maar omdat hun donkerte ons de berg opjaagt. En op de top van de berg wonen de goden in het volle zonlicht. Ook dat kunnen we niet lang verdragen en ze doen ons weer de berg afdalen op zoek naar schaduw.

Het ‘zijn’ kent geen hiërarchie, alleen een ander accent. Het ‘zijn’ kenmerkt zich fundamenteel in het verschil met het niet-zijn.

Vernedering vraagt om vergelding.

Geduld is een schone gave maar kan opgeraken.

Wanneer het rijpe koren op de akker staat en de maaiers komen maar niet af, is de boer zwaar ontmoedigd en toornig.

De belangrijkheid van iemand heeft veelal meer te maken met het belangrijk vertoon van zichzelf en zijn entourage dan met de belangrijkheid van zijn daden.

Kunstenaars hebben een groot ego met lange tenen.

Ik ben een lange-afstandsloper en geen sprinter.

Wanneer mijn blik op een stuk werkelijkheid valt overkomt me geregeld de verwondering voor het zien van dat beeld. Het is op dat moment geen anekdotische werkelijkheid meer; als een geheel van begrippen en betekenissen in de positieve en negatieve zin. Nee het is alsof deze anekdotiek des mensen er nog nooit aangekleefd heeft of er weeral is van afgevallen. Het beeld is vrij. Het is een fantastische immens geladen verschijning. Het maakt me euforisch, droevig en blij. Het is zingend als bloesems op een oude boom. Ik bemerk door de jaren heen dat deze ervaring onafhankelijk is van het gemoed, humeur of de conditie. Zelfs in de meest depressieve momenten overvalt het me.

Kunstenaars zijn ijdele kinderen Gods.

Wat een verlossing zou het zijn geen ambitie meer te hebben.

Er zit een demon in mijn hoofd als een onuitroeibare teerplek.

Veel hedendaagse kunstenaars meten zich met de hedendaagse kunstmarkt en niet met de eigenheid van hun tijd en hun ziel.

Ja een mens heeft vijanden. Men is vaak meer gehaat dan geliefd.

Al wat leeft heeft dat droevige en tegelijkertijd dat levendige over zich; droevig omdat het sterfelijk is en levendig omdat het creatief of overlevend reageert.

Er is een terrein dat intelligenter is dan dit van het rationeel weten, daar ben ik alvast overtuigd van. Tot daar doordringen of terugkeren is mijn grootste opdracht.