ateliernotities bij het schilderen
juni 2009
Het is zo moeilijk door te dringen tot de oorsprong van jouw visie.
Wanneer je een beeld bestookt met leegte drijf je de sensatie van de aanwezigheid
op.
Het rationele is bij mij de drager voor al wat niet rationeel is.
Ik werk het meest comfortabel in een kalm, geregeld, sober leven temidden
de weelde van de zomertijd. Af en toe een uitstapje buiten de maat hoort
er echter bij.
Ik ben een enthousiaste realist bij de gratie van ‘het zien’ dat
de werkelijkheid als ‘een geheel van begripsbeladen identiteiten’ opheft
om ze waar te nemen als één entiteit van ‘louter zijn’.
Deze objectiverende, neutraliserende, afstandelijk te noemen manier van schilderen
opent een bredere kijk op de werkelijkheid. De werkelijkheid wordt een lichtgevende
sensatie van kleur en vorm waarin de identiteiten nog te herkennen vallen,
doch ontdaan zijn van hun al te menselijk verhaal. Het zijn eerder raadselachtige
verschijningen geworden die evenzeer verdwijning oproepen, die het
midden willen houden tussen worden en verworden. Het midden als spanning
die verwijst naar de verwondering of de schok bij het zien van de werkelijkheid.
De werkelijkheid als het ‘daar en zo zijn’, de werkelijkheid
vóór en na het verhaal, alledaags, zakelijk en mysterieus.
Het schilderij van een poserende naakte vrouw heeft iets weg van het pronken
van de jager met zijn buit.
Eigenaardig hoe een rechtopstaande pose van een mens altijd een sterkere
présence heeft dan een andere. Misschien heeft dit nog altijd iets
te maken met het vierpotig zoogdier dat zich triomfantelijk op zijn twee
achterpoten heeft opgericht en de mens werd dewelke de loodrechte uitvond
om er zuilen, torens en wolkenkrabbers mee te maken.
Mijn persoon is zwak en ziekelijk. Daartegen ervaar ik het beeld van
de werkelijkheid als sterk en gezond. Vandaar mijn verafgoding ervoor die
er via het kopiërend schilderen gestalte aan geeft. Bij het schilderen
hanteer ik een methode die ik buiten mezelf heb gezocht; namelijk in de onpersoonlijke
wereld van de rationele beginselen.
De ladder waarmee ik uit de hel ben gekropen komt me goed van pas om verder
te klimmen.
juli 2009
Niets is sterker dan de werkelijkheid. Daarom schilder ik deze.
Ik heb een hekel aan de negatieve, superieure, analyserende mentaliteit
van exegeten die zo graag de tover en magie rond een kunstwerk willen verbreken.
Het is het zien van de werkelijkheid dat me betovert. Het hermaakte beeld
van de werkelijkheid door de fotografie betovert me opnieuw, mede door
het feit dat het is vastgelegd op een leesbaar vlak. Op mijn manier wil
ik dit betoverend beeld via de schilderkunst vastleggen. De enige verklaring
voor deze passionele daad is de verwondering voor het zien van het zijn
der dingen.
Het continue disciplinaire ritueel van het schilderen beoefenen smeedt
een band met de werkelijkheid in een poging de droom van het zien levend
te houden.
Het zien van de werkelijkheid als één entiteit die haar
anekdotische identiteiten overstijgt openbaart het geniale en het mysterieuze.
Er staat me niets anders meer te doen dan “dit zien” na te
bootsen.
De geestdrift voor het zien creëert de discipline van
het schilderen om dit zien gerealiseerd te krijgen, wetende dat de menselijke
natuur allergisch is voor een continue werkzaamheid.
De bevrijding leidt naar het einde.
Als men veroudert, beter de mensen en zichzelf begrijpt, verzachten het
ik en relativeert men miskenning en succes.
Een goede atmosfeer hangt niet alleen af van de omgeving, maar op zijn
minst van jezelf.
Ik zie in de werkelijkheid van de menselijke aanwezigheid iets dat me
diep aangrijpt en dat ik noch in beeld noch in woord of muziek zie uit
te drukken. Iets dat overrompelend waar en boeiend is.
Een volgehouden
zakelijke ingesteldheid ten opzichte van de dingen is bij mij de meest efficiënte
weg naar de mysterieuze of mystieke openbaring van het zijn der dingen.
Bij het zoeken naar de hemel kom ik altijd het dichtst bij de hel.
Wanneer de zon het zenit nadert is het alsof de groeidynamiek in ons
en de natuur stilvalt. Alsof we in een toestand van tijdloosheid komen.
Onze geest zweeft dromerig boven de aarde. De goden dalen neer. De demonen
staan op. Er heerst onrust in een immense vrede. De mysteries kloppen aan
bij de dagen.